“50 JAAR MIGRATIE? 50 JAAR NEGATIE!”

Neslihan Dogan over de rol van vrouwen in de naoorlogse arbeidsmigratie naar België.

In het weekblad van de Standaard (09/01/2021) deed de Belgische theatermaker Chokri Ben Chika in een dubbelinterview met zijn broer en acteur Zouzou Ben Chika de volgende uitspraak: “Men spreekt vandaag over meer dan 50 jaar migratie. Men zou beter spreken over 50 jaar “negatie.”” Hoewel doorheen heel het interview interessante analyses worden gemaakt, is het als historica vooral die quote die me zal bijblijven. Een dergelijke uitspraak kan ook gedaan worden over de migratiegeschiedenis zelf.

Toen ik in het kader van mijn thesis voor de ManaMa Conflict & Development begon te lezen over Turkse arbeidsmigratie naar Vlaanderen, realiseerde ik me niet alleen dat de lens van de beschikbare werken van de Vlaamse steden beperkt was, maar daarbinnen het aandeel van de vrouwen volledig werd doodgezwegen. Als Turkse vrouwen van de eerste generatie al ter sprake kwamen dan diende dit perspectief vooral emotionele kleur toe te voegen aan het officieel mannelijk migratieverhaal.

Die selectieve stilte vond ik erg frappant. Als een Turco-Gentse vrouw van de derde generatie groeide ik op met verhalen van eigenwijze en hulpvaardige vrouwen. Hoe kon het dan zijn dat die assertieve vrouwen niet terug te vinden waren in de geschiedschrijving over de naoorlogse arbeidsmigratie? Mijn eigen antwoord daarop is tweeledig. Enerzijds is het stereotype van de passieve moslima hier aan het werk, anderzijds wordt gratuit aangenomen dat de arbeidsmigratie mannelijk was en de volgmigratie vooral vrouwelijk. Door tien Turkse vrouwen van de eerste generatie te interviewen uit het Gentse daagde ik die assumptie uit en kwam ik tot twee vaststellingen:

  1. Zowel mannen, als vrouwen belandden in Gent als gevolg van volgmigratie.
  2. Vrouwen vervulden een breed scala aan rollen die niet alleen van groot belang waren voor het slagen van migratietrajecten van anderen, maar ook stichtend waren voor het ontstaan van de Turkse gemeenschap in de jaren 60 en 70.

Vaak wordt aangenomen dat mannen onafhankelijk kwamen en vrouwen hier slechts belandden als gevolg van gezinshereniging of huwelijksmigratie. Hoewel ik dat tweede absoluut niet betwist, wil ik toch een kanttekening plaatsen bij dat eerste. In haar boek ‘Turkije aan de Leie’ (2014) kwam historica Tina De Gendt tot de vaststelling dat de migratie naar de Arteveldestad van officieuze aard was (ergo met het befaamde toeristenvisum). Tot de jaren ‘90 ontbrak een ontvangst en integratiebeleid. De nieuwkomers waren uit noodzaak dus vooral aangewezen op elkaar. Aangezien de nieuwkomers in Gent allemaal uit dorpen rond het stadje Emirdag kwamen, hadden ze ook gedeelde netwerken. Die netwerken werden ingezet om andere mannen aan te trekken en natuurlijk ook te ontvangen. De kettingmigratie werd geboren. We kunnen ons dan ook afvragen hoe onafhankelijk die mannelijke migratie naar Gent was?

“IK HEB VAN HEM EEN ARBEIDER GEMAAKT.”

Het fenomeen van de kettingmigratie wordt het best verpersoonlijkt in de uitspraak: “Ben onu işçi ettim.” (“Ik heb van hem een arbeider gemaakt”). Zit je gezellig çay te drinken met je opa en hij begint herinneringen op te halen aan zijn migratie. Hoewel je dit verhaal al verschillende keren gehoord hebt, blijf je aandachtig luisteren. Wat volgt is een eindeloze waslijst aan grappige Turkse bijnamen van mensen die je opa heeft geholpen met hun migratie, ontvangst en integratie. Wat je opa vaak vergeet te vertellen is hoe hij al deze nieuwkomers niet ontvangen zou kunnen hebben zonder de hulp van je lieftallige oma. En je oma zegt er verder ook niets van, want zij vindt al die hulp doodnormaal en niet merkwaardig genoeg om er melding van te maken.

Om de inspanningen van Turkse vrouwen van de eerste generatie zichtbaar te maken in de naoorlogse migratiegeschiedenis spitste ik me toe op een totaal van vijf verschillende rollen: de tijdelijke alleenstaande, opvoeder, huisvrouw, arbeider en netwerker. Aan de hand van die vijf verschillende rollen maakte ik de invloed van de Turkse vrouwen zichtbaar op verschillende domeinen. Zo kwam ik ook onder andere tot de vaststelling dat vrouwen naast de loonarbeid die ze buitenshuis verrichtten na de werkuren heel wat huishoudelijke arbeid deden. Dat is op zich niet wereldschokkend, maar die zorgende arbeid beperkte zich niet enkel tot het eigen kerngezin maar strekte zich ook uit naar (schoon)broers, nonkels, dorpsgenoten en vrienden. Het waren de vrouwen die de kettingmigranten een proper bed, frisse kleren en een warm maaltijd aanboden.

Tijdens mijn onderzoek merkte ik dat vrouwen hier zelf weinig spontaan over vertellen. Ze hebben de huishoudelijke rollen zodanig geïnternaliseerd dat ze het niet raar vinden dat ze al die “toeristen” hielpen. Maar een enkele vrouw die ik interviewde, veruitwendigde haar bewustzijn over haar aandeel in het slagen van migratietrajecten van anderen. Zij zei over haar schoonbroers: “Door onze hulp werden ze arbeiders. Ik heb vier jaar voor hen gezorgd.”

Die negatie heeft grote gevolgen. Maandelijks krijgen we immers het nieuws dat deze of gene persoon van de eerste generatie is heengegaan. Niet zelden zitten daar ook vrouwen tussen. Samen met de vrouwen verlaten ook hun verhalen ons zonder dat er ook maar een keer naar de vrouwen is geluisterd wat betreft hun bijdrage aan de migratiegeschiedenis. Dat heeft tot gevolg dat er geen vrouwelijke bronnen worden nagelaten. Wat is een historica/historicus zonder bronnen? Zonder bronnen kunnen we het verleden niet bestuderen. Die ontbrekende vrouwelijke bronnen geven een vertekend beeld van de migratie weer. Het ontbreken van die bronnen zou ons zomaar eens het gevoel kunnen geven dat de naoorlogse migratie een strikt mannelijke gebeurtenis was, terwijl het Gents migratieverhaal nooit had kunnen slagen zonder de tot nog toe onzichtbare tientallen vrouwenhanden.

Je hoeft dan ook niet de grootste feminist te zijn om te pleiten voor minder bescheidenheid langs de kant van de Turkse vrouwen van de eerste generatie. Hun stemmen dienen niet om het officieel mannelijk discours een ‘woke’ of postkoloniale flair te geven. Hun stem is broodnodig, omdat ze net aantonen hoe fundamenteel anders de migratie naar België verliep in vergelijking met de buurlanden.

Daarom wil ik via deze weg ook een oproep doen. Heb je een oma of moeder die in de jaren 70 en/of 80 bij Diepvries Breskens werkte in Nederland? Neem dan contact met me op via neslihan.dogan@amsab.be. Graag interview ik haar over haar werkervaringen als ‘gastarbeidster’ wanneer de coronamaatregelen dit uiteraard terug toelaten.

Meer info over het project ‘De vrouwen van Breskens’: https://www.amsab.be/over-ons/nieuws/833-de-vrouwen-van-breskens

Lees mijn thesis hier: https://www.scriptiebank.be/scriptie/2020/door-onze-hulp-werden-ze-arbeiders-ik-heb-vier-jaar-voor-hen-gezorgd-turkse

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *